Categories
Hostile Architecture Rotterdam Urban Hospitality

De Westersingel is ten prooi gevallen aan vijandige architectuur

Scroll down for English

Er is geen stad met zoveel kunst in de openbare ruimte als Rotterdam. De beeldenroute langs de Westersingel mag je daar wel het hoogtepunt noemen. Het verdiepte beeldenterras werd aangelegd in 2001, het jaar waarin Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa was. Om de aandacht te vestigen op deze imposante collectie werd de kade getransformeerd tot een wandelpromenade langs het water, uitgevoerd in rode baksteen met natuurstenen sokkels voor de kunstwerken. 

De kers op de taart: de meterslange banken langs de kade, stedelijke gastvrijheid in optima forma. De bezoeker die het Centraal Station verlaat, wordt langs een keur van werken met het thema ‘het menselijk lichaam’ geleid, vervaardigd door internationaal vermaarde beeldhouwers, zoals Auguste Rodin en Henri Laurens. Wie een beeld even rustig in zich wil opnemen, kan plaatsnemen op een van de banken. De Beeldenkade was hét visitekaartje van de Culturele Hoofdstad.

Ook nadat Rotterdam Culturele Hoofdstad-af was, bleef dit een bijzondere plek in de stad. Het was een van de meest representatieve en gastvrije openbare ruimtes van Rotterdam. Was? Ja, wás! Want sinds vorige maand zijn alle banken langs de wandelpromenade voorzien van hardhouten balkjes, zogenaamde ‘dividers’ (what’s in a name?). Doel: het onmogelijk maken om languit te liggen. De gemeente denkt hiermee de overlast van dakloze mensen en andere stedelijke verschoppelingen die zich in het gebied ophouden te verminderen. 

Het is cynisch dat uitgerekend deze ruimte nu is voorzien van vijandige architectuur. Bij vijandige architectuur – ook wel hostile architecture genoemd – worden ingrepen in de openbare ruimte gedaan die erop gericht zijn ‘ongewenst’ gedrag te ontmoedigen. Denk aan stalen richels tegen skateboarden, stekelige obstakels onder overkappingen om te voorkomen dat dakloze mensen er rusten, of leuningen in het midden van bankjes die het onmogelijk maken om erop te liggen. 

Het onbeslaapbaar maken van de banken aan de Westersingel staat echter haaks op de ambitie die Rotterdam zich stelt in de omgevingsvisie om een “gastvrije en sociaal toegankelijke ruimte (te) creëren waar iedereen zich welkom en veilig voelt”. 

Dat er zich meer dakloze personen en andere ontheemden ophouden in het gebied is evident en dat omwonenden overlast ervaren ook. “Sinds corona is de situatie wat betreft het aantal daklozen dramatisch verslechterd”, aldus een bewoner die sinds veertien jaar aan de Westersingel woont en liever anoniem wil blijven. Volgens de gemeente komt dat door de ‘aanzuigende’ werking van de Pauluskerk aan de Mauritsweg. De Pauluskerk is zeven dagen per week geopend, van 9.00 tot 21.00 uur. Bezoekers kunnen er terecht voor een kop koffie, maar ook voor juridische steun en medische hulp. In de ochtend wachten veel mensen voor de deur totdat de kerk opengaat. En als de locatie ’s avonds dichtgaat, moeten ze weer de straat op.

De toenemende dakloosheid in Rotterdam is een complex probleem waar al veel over gezegd en geschreven is. Waar het mij om gaat, is de vraag of het inzetten van vijandige architectuur daadwerkelijk helpt om overlast tegen te gaan. 

Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden van niet. Ook de bewoner die ik sprak heeft weinig fiducie in de effectiviteit van deze maatregel: “Ik vind het treurig en inderdaad superonvriendelijk. Bovendien zal het ‘Pauluskerkgangers’ er niet van weerhouden om plaats te nemen of zich uit te strekken voor een hazenslaapje.” En als dat wel het geval zou zijn, dan is er grote kans op het zogenoemde ‘waterbedeffect’: meer dakloze mensen zullen hun toevlucht nemen tot portieken en andere stedelijke ‘toevluchtsoorden’ waar ze beschut en uit het zicht even kunnen rusten. 

Daarbij komt dat de balkjes makkelijk te verwijderen zijn. Onbekenden (it wasn’t  me!) hebben al een stuk of twintig dividers losgeschroefd en demonstratief aan een lantaarnpaal gehangen, voorzien van een sticker met de boodschap: “hostile architecture: dit object is onmenselijk”. Een deel ervan is al in de Westersingel beland. Gaat Stadsbeheer ze uit het water vissen en weer bevestigen? Ik betwijfel het. 

Dat roept de vraag op: wat kan er wel gedaan worden om de overlast te verminderen? Alle bankjes weghalen, zoals in de Stationshal is gebeurd of recenter nog bij de Markthal? Dat zou pas echt een aanslag op de stedelijke gastvrijheid zijn, je ontneemt daarmee iederéén de mogelijkheid om te zitten. Bankjes en andere zitelementen in de publieke ruimte zijn belangrijk, niet alleen voor gezonde mensen, maar vooral ook voor ouderen en mensen met een beperking die regelmatig even moeten kunnen rusten. Deze groep gebruikers is ook niet gebaat bij gebruiksonvriendelijke dividers maar bij échte (lees: hoge) armleuningen, voor houvast bij het gaan zitten en opstaan.

Een vriend van mij, die als gevolg van een beroerte halfzijdig verlamd is geraakt, reageerde op een foto van de dividers die ik op Instagram plaatste: “Maak er dan gewoon leuningen van, dan kan ik die verlamde arm nog ergens op laten rusten. Dit is voor niemand positief.”

Het moge duidelijk zijn, dit is niet de manier om overlast tegen te gaan. Het onbeslaapbaar maken van de bankjes is symptoombestrijding, een pleister en geen remedie voor onderliggende problematiek zoals armoede en dakloosheid. Vijandige architectuur ontmoedigt het gebruik van de publieke ruimte op een manier die mensen uitsluit in plaats van te verbinden. Dat is niet te rijmen met de gastvrije en inclusieve stad die Rotterdam claimt te zijn. Als we een stad willen die echt van en voor iedereen is, moeten we vijandige architectuur uitbannen. 

In het geval van de Westersingel betekent dat de dividers verwijderen (waar sommigen al mee begonnen zijn, ik help graag een handje!). En wat de beeldenroute werkelijk weer tot het visitekaartje van een “gastvrij en sociaal toegankelijk” Rotterdam zou maken, is de banken voorzien van échte armleuningen. Maar dan wel op zodanige afstand van elkaar dat je je even kunt uitstrekken voor een hazenslaapje. Want daar heeft iedereen weleens behoefte aan.

Deze column is ook gepubliceerd op Vers Beton, het platform voor onafhankelijke journalistiek voor Rotterdam.

Hostile Hospitality on the Westersingel

No other city boasts as much public art as Rotterdam. The sculpture trail along the Westersingel is certainly the highlight. The sunken sculpture terrace was created in 2001, when Rotterdam was European Capital of Culture. To draw attention to this impressive collection, the quay was transformed into a red-brick waterside promenade, with natural stone bases for the artworks.

The icing on the cake: the metre-long benches along the quay, urban hospitality at its best. Visitors leaving Central Station are guided past a selection of works on the theme of the human body, created by internationally renowned sculptors such as Auguste Rodin and Henri Laurens. Anyone who wishes to quietly take in the sculptures can sit on one of the benches. The Beeldenkade was the Cultural Capital’s calling card.

Even after Rotterdam’s time as European Capital of Culture had ended, this place remained special in the city. It was one of Rotterdam’s most representative and welcoming public spaces. Was? Yes, was! Recently, all the benches along the promenade were fitted with hardwood slats or dividers. The aim: to make it impossible to lie down flat. The council believes this reduces the nuisance caused by homeless people and other urban outcasts who frequent the area.

It is cynical that this very space has now been fitted with hostile architecture. Hostile architecture refers to interventions in public space designed to discourage ‘undesirable’ behaviour. Examples include steel ridges to prevent skateboarding, spiked obstacles under canopies to stop homeless people from resting there, or armrests on benches placed so that it is impossible to lie down on them.

Making the benches on Westersingel unsuitable for sleeping is at odds with Rotterdam’s ambition, as set out in its environmental vision, to create a “welcoming and socially accessible space where everyone feels welcome and safe”.

It is clear that more homeless and displaced people are spending time in the area. Local residents are experiencing nuisance as a result. “Since the pandemic, the number of homeless people has grown dramatically,” says a resident who has lived on Westersingel for fourteen years and prefers to remain anonymous.

According to the council, this is due to the magnetic effect of the Pauluskerk on the nearby Mauritsweg. The Pauluskerk is open seven days a week from 9:00 am to 9:00 pm. Visitors can get coffee, legal support, and medical help there. In the morning, many people wait outside until the doors open. When the venue closes in the evening, they must return to the streets.

The growing homelessness issue in Rotterdam is widely discussed. My central question is whether hostile architecture actually prevents nuisance or simply shifts the problem elsewhere.

I am not convinced. The resident I spoke to also has limited confidence in this measure: “I find it sad and extremely unfriendly. Moreover, it won’t stop Pauluskerk-goers from taking a seat or stretching out for a quick nap.” Even if it did, the waterbed effect would remain: more homeless people may seek refuge elsewhere, such as doorways and other urban niches where they can rest, sheltered and out of sight.

Additionally, the bars are not difficult to remove. Unknown individuals (it wasn’t me!) have already unscrewed about twenty dividers and placed them on a lamppost, with a sticker stating: “hostile architecture: this object is inhumane”. Some have ended up in the Westersingel. Whether City Management will retrieve and reattach them remains to be seen.

This raises a question: what can actually be done to reduce the nuisance? Remove all the benches, as happened at the Central Station or, more recently, at the Markthal? That would be another blow at urban hospitality and deprive everyone of the chance to sit. Benches and other seating in public spaces matter to everyone, not just able-bodied people. Older people and those with disabilities need to rest. This group does not benefit from unfriendly dividers. They need proper (and high) armrests for support when sitting and standing.

A friend of mine, paralysed on one side after a stroke, reacted to a photo of the dividers I posted on Instagram. “Just turn them into proper armrests. Then I can rest my paralysed arm on something. This isn’t good for anyone.”

Let me be clear: implementing hostile architecture is not the solution to public nuisance. Altering benches only masks deeper problems, such as poverty and homelessness. Hostile features deter all people from enjoying public space, alienating rather than welcoming them. This approach conflicts with Rotterdam’s ambitious goal of being a truly inclusive and open city. To achieve a city for everyone, hostile architecture must be abandoned.

For the Westersingel, this means removing the dividers. Others have already started; I’d be happy to help! To restore the sculpture route as Rotterdam’s ‘welcoming and socially accessible’ calling card, fit the benches with proper armrests. They must be far enough apart to enable people to stretch out for a nap. Everyone needs that sometimes.